Sunday, 10 January 2010

Vermakelijke Texaanse pastiche

Alabama Chrome van The Sadists


Het Texaanse dialect is misschien wel één van de mooiste Engelse accenten ter wereld. De lang uitgesponnen klinkers lijken gemaakt voor een heet klimaat waar alles op halve snelheid gaat, maar er zit ook een bepaalde hardheid in; een onvermurwbaarheid die altijd het gelijk aan haar zijde heeft, en geen geduld heeft voor intellectueel geneuzel. Wit is wit, zwart is zwart en God kijkt - niet heel erg welwillend - vanuit de hemel op ons, zondaars, neer.

De jongens van het muziektheatercollectief The Sadists beheersen dit accent tot in de puntjes. Voor Alabama Chrome lieten ze zich inspireren door de zuidelijke staten van de VS; met zichtbaar plezier worden de muziek, de taal en de culturele clichés van Texas, Louisiana, Alabama en Georgia vermengd tot een vermakelijke, muzikaal virtuoze voorstelling.

De eerste helft van de voorstelling blijven de makers echter wel heel erg in die clichés steken. De intelligentie van de makers is vooral evident in de fantastische en gevarieerde muziek; wat de theatraliteit betreft komen ze een heel eind met hun acteerkwaliteiten en enthousiasme, maar breekt het gebrek aan inhoud hen uiteindelijk toch op. De puberale grapjes gaan storen en het voelt allemaal nogal willekeurig aan, alsof de makers ieder grappig idee dat ze hadden maar lukraak in de voorstelling hebben gesmeten.

Alabama Chrome wordt echter gedeeltelijk gered door één geniale scène. Een man tracht zelfmoord te plegen, maar wordt telkens onderbroken door zijn om aandacht vragende hond. Erik van der Horst speelt de trouwe viervoeter op ongekend overtuigende wijze, zodat hilariteit en ontroering elkaar voortdurend afwisselen. In de oprechte pogingen van het dier om zijn baasje voor de dood te behoeden schemert even een spannendere, complexere voorstelling door.

Ondanks het gebrek aan diepgang hebben The Sadists zo veel muzikaliteit, charisma en komische timing in hun donder dat Alabama Chrome nog altijd zeer de moeite waard is. Je zou alleen wensen dat ze zichzelf de volgende keer op het inhoudelijke vlak wat meer uitdagen. 3,5 ster (van de 5).

Alabama Chrome van The Sadists. Van en met Kaspar Schellingerhout, Viktor Griffioen en Erik van der Horst. Speellijst: zie hier.

Saturday, 9 January 2010

Banaal positivisme rommelig verbeeld

Sugar Rush van Tina Valentan, Nina Fajdiga en Jasmina Krizaj


Het is altijd spannend als je naar een voorstelling gaat kijken en de zaal blijkt tot de nok toe vol te zitten met ketende middelbare scholieren. Hoewel het wel eens vervelend kan zijn als het stuk in kwestie een kwetsbare sfeer heeft, is het in andere gevallen juist heel tof om een onopgevoed publiek te hebben. En als de voorstelling in kwestie niet heel goed is valt de brute eerlijkheid van pubers zelfs stiekem te waarderen.

In het geval van Sugar Rush in de Melkweg gisteravond leek het in eerste instantie niet op dat laatste uit te draaien. De Sloveense dansers zetten in een simpel decor, gevuld met allerlei muziekinstrumenten, een zeer energieke sfeer in. Het heeft een soort van opgelegde vrolijkheid: een monotone computerstem eist van de dansers dat ze lachen, springen en vrolijk zijn. De consequentie is een uitputtingsslag met als hoogtepunt een idealistisch volkslied dat aan de waarden van het oude communisme doet denken.

Ah, denk je, de performers willen een statement maken over de verstikkendheid en banaliteit van gedwongen positivisme. Het contrast tussen de brede lach van de dansers en de onverschilligheid van de digitale voice-over lijkt op een onvermijdelijke ommekeer te wijzen. Alleen, dat punt komt maar niet; de scherpe randjes worden weggemoffeld, en in rommelige overgangen gaan de spelers over van de ene oppervlakkige vreugdedans naar de volgende. Als in de voorlaatste scène door middel van een lang aangehouden freeze toch nog een poging tot meerlagigheid wordt gedaan is het al veel te laat.

De structuur van het stuk noch de timing van de performers is scherp genoeg om de nodige diepgang te creëren, en er blijft dan ook weinig hangen. Eigenlijk was het applaus nog het spannendste moment van de voorstelling: dat was zó enthousiast en zó lang aangehouden, dat ik de aanwezige scholieren van enige ironische overdrijving verdacht. Het leverde een prettige verwarring bij de spelers op; de rollen van publiek en performers waren ineens omgedraaid. Dat soort onvoorspelbaarheid had het stuk zelf wel wat meer kunnen gebruiken. 2,5 ster (van de 5).

Sugar Rush van Tina Valentan, Nina Fajdiga en Jasmina Krizaj. Met Nina Fajdiga, Jasmina Krizaj, Jernej Jurc en Tian Rotteveel. Alleen vandaag (9 januari) nog in Nederland te zien (in de Melkweg in Amsterdam).

Friday, 8 January 2010

Zinloos en onbevattelijk

Mondays van JAN


Op 29 januari 1979 schoot Brenda Ann Spencer, een toen zestienjarige Amerikaanse, 8 kinderen en drie volwassenen neer vanuit haar slaapkamerraam. Ze had geen verklaring voor haar daad, en toonde bij haar arrestatie geen enkel berouw. Twee van de volwassenen kwamen te overlijden; alle kinderen herstelden van hun verwondingen.

JAN, een Antwerps jongerentheatergezelschap onder leiding van regisseur Peter Seynaeve en dramaturge Ans Vroom, liet zich voor Mondays inspireren door dit incident en andere school shootings. Met een groep actrices, in leeftijd variërend van 12 tot 18 jaar, maakte het collectief een schurende en confronterende voorstelling, die eenvoudige verklaringen uit de weg gaat.

Het stuk schakelt knap tussen heden en verleden, tussen de voorbereiding van de aanslag, de schietpartij zelf en de nasleep ervan. Ook worden in een paar scènes de klasgenoten van schutters Julie en Margot neergezet; de vitaliteit van de meisjes in deze scènes contrasteert hartverscheurend met de manier waarop hun levenloze lichamen even later op de grond liggen, of de doodsangst die ze uitschreeuwen als ze aan hun moordenaars proberen te ontsnappen. Sowieso weet Seynaeve een zeer drukkende, troosteloze sfeer neer te zetten waar het drama op onontkoombare wijze uit voortvloeit.

De regisseur slaagt er echter niet altijd in om nieuwe invalshoeken te vinden ten opzichte van bestaand werk over dit thema. De manier waarop Julie en Margot over hun plan en over zichzelf praten, de citaten in de tekst, de status die ze op school hebben, de innige band met elkaar; we hebben het allemaal al eens eerder gezien. Pas in één van de laatste scènes ontstijgt Mondays het bronmateriaal: in de vorm van een herdenkingsbijeenkomst worden eerst genadeloos de banale, hysterische en sensatiebeluste reacties van media en publiek neergezet, om daarna snoeihard te schakelen naar de impact op de betrokkenen. Het ooggetuigeverslag van een jong meisje dat nooit meer over dit drama heen zal komen, komt aan als een stomp in je maag.

Helaas komt na dit emotionele hoogtepunt nog een scène waarin de moordenaars weer aan het woord zijn. De eindmonoloog is goed geschreven en sterk neergezet, maar hij kan in vorm noch inhoud tippen aan die meesterlijke scène ervoor. 3,5 ster (van de 5).

Mondays van JAN. Regie: Peter Seynaeve. Met: Indra de Bruyn, Dorien de Clippel, Lynn Duijvewaardt, Margot Hallemans, Romy Louise Lauwers, Hannah Soenens, Martha Vandermeulen en Renée Vervaet. Speellijst: zie hier.

Wednesday, 6 January 2010

Onrecht voor het oprapen

El Olvido van Heddy Honigmann


De jongen kijkt niet in de camera, maar strak voor zich uit, met een blik die het midden houdt tussen afgestomptheid en kille woede. Een blik die je van een kindsoldaat verwacht, maar niet van een schoenenpoetser. "Heb je mooie herinneringen?" "Nee." "Nare herinneringen?" "Nee." "Waar droom je van?" "Ik droom nooit."

De jongen is één van de tienduizenden straatwerkers in Lima, de hoofdstad van Peru. In de documentaire El Olvido (letterlijk: de vergetelheid) laat Honigmann zien hoe de veelal jonge acrobaten, jongleurs en muzikanten zich met gevaar voor eigen leven tussen de auto's hun kunsten opvoeren voor een paar schamele sol. Eén vrouw vertelt hoe ze recent één van haar dochters is verloren aan een ongeluk, maar laat haar andere kinderen nog steeds hetzelfde werk doen. Wat moet ze anders?

Net als veel Zuid-Amerikaanse landen wordt Peru al decennialang verscheurd tussen terroristen en dictators. De handwerkers, obers en kelners die Honigmann interviewt werken tegenover het presidentiële paleis, en hebben het allemaal meegemaakt: coup na staatsgreep na "democratische verkiezing", de ene president nog crimineler dan de andere. Het effect op de gewone burgers wordt door de filmmaakster tastbaar gemaakt; de onmacht, het verdriet en de droevige acceptatie van de maatschappelijke situatie klinkt overal in door.

Honigmann blinkt uit in het persoonlijke interview. Net als in O Amor Natural, haar documentaire over de poëzie van Carlos Drummond de Andrade, ontlokt ze een ontwapenende openheid aan haar gesprekspartners. Het verleent een zekere heldhaftigheid aan haar hoofdpersonen, die het onrecht dat ze hebben moeten ondergaan met waardigheid dragen. Tegelijkertijd problematiseert de maakster die houding: vergeten is noodzakelijk om te overleven, maar het zorgt er ook voor dat de geschiedenis zich in Peru blijft herhalen. 4 sterren (van de 5).

El Olvido van Heddy Honigmann. Te koop en te huur op DVD. In een verkorte versie online te bekijken op Holland Doc.

Sunday, 3 January 2010

Klem tussen realiteit en fictie

W. van Oliver Stone


Eind 2008 was een keerpunt in de recente Amerikaanse geschiedenis. Na acht jaar neoconservatieve heerschappij gloorde er weer hoop aan de horizon; het presidentschap van George W. Bush liep op zijn einde. Uitgerekend op dat moment legde Oliver Stone de laatste hand aan zijn film over leven en loopbaan van de scheidende wereldleider.

W. brengt één van 's werelds meest controversiële regisseurs samen met één van de meest omstreden wereldleiders uit de geschiedenis. Gezien Oliver Stone's reputatie, en die van zijn onderwerp, viel het te verwachten dat de resulterende film niet zou uitblinken in subtiliteit. Stone construeert zijn portret uit simpele bouwstenen, en vergroot deze uit. Zo lijkt W.'s hele carrière te zijn gemotiveerd vanuit een Oedipus-complex, is de oorlog tegen Irak een neoconservatief plot om de macht te krijgen over de oliebronnen van het Midden-Oosten en zijn Tony Blair en Colin Powell onschuldige slachtoffers van de oorlogsretoriek van hun collega's.

Natuurlijk zit er een kern van waarheid in al deze observaties, en af en toe slaat de regisseur wel degelijk de spijker op zijn kop; zo wordt mooi neergezet hoe geloof en intuïtie het keer op keer wonnen van de ratio in Bush' regering, en hoe het verschil tussen realiteit en fictie bijna als irrelevant werd beschouwd. De regisseur lijkt echter niet te hebben kunnen beslissen of hij een drama of een satire wilde maken. Het maakt het voor de acteurs erg lastig om een consequente toon te zetten. Vooral van Josh Brolin in de hoofdrol wordt het onmogelijke verwacht; hij moet zowel een absurdistisch incompetente loser als een tragische held neerzetten. Richard Dreyfuss, die Dick Cheney speelt, slaagt wel: juist door zijn keuze om de vice-president niets menselijks of sympathieks mee te geven, zet hij een overtuigend beeld neer van een man die macht als een geboorterecht ziet (het helpt natuurlijk dat Cheney zelf al een karikatuur is).

Al mijn kritiek ten spijt is W. wel degelijk een hele vermakelijke film. Stone schakelt soepeltjes tussen heden en verleden, zet de dingen lekker vet aan en inspireert zijn acteurs tot zeer sappig spel. De film suggereert echter een diepgang die ver te zoeken is: als je op het eind van je film oorlogsbeelden gaat gebruiken om je punt te maken, moet je dat punt wel beter onderbouwen. Op basis van dit soort keuzes hadden we iets meer mogen verwachten dan The Bush Years for Dummies. 3,5 ster (van de 5).

W. van Oliver Stone. Met Josh Brolin, James Cromwell en Richard Dreyfuss. Te koop en te huur op DVD.

Saturday, 2 January 2010

Servische film noir

The Trap van Srdan Golubovic


Nadat een tiran is afgezet verandert een land helaas niet ogenblikkelijk in de ideale samenleving. In de transitieperiode van politiestaat naar democratie is een maatschappij kwetsbaar voor corruptie, criminaliteit en enorme verschillen tussen arm en rijk. Het Servië van na Milosevic vormt hierop geen uitzondering, en uitgerekend in deze omgeving moet Mladen Pavlovi opeens een bedrag van 30.000 euro bij elkaar schrapen.

Zijn zoon blijkt aan een zeldzame hartafwijking te lijden en moet op korte termijn geopereerd worden. Mladen is echter niet rijk - in tegenstelling tot zijn voormalige studiegenoten is hij trouw gebleven aan het noodlijdende overheidsbedrijf waar hij werkt. Als er zich een man meldt die hem het geld wil geven in ruil voor een moord komt Mladen dan ook voor een duivels dilemma te staan.

Regisseur Golubovic zet met The Trap een spannende thriller neer. De achtergrond van een land in moreel verval geeft de genrefilm wat diepgang mee, en de morele kwesties zijn complex. Het is af en toe ergerlijk dat het plot van zo veel toevalligheden afhankelijk is, maar dat past op zich wel bij het genre van de film noir: alles hangt met elkaar samen, en het noodlot is onontkoombaar.

Wat The Trap vooral de moeite waard maakt is het acteerwerk van de hoofdrolspeler. Nebojsa Glogovac laat zijn "gewone man in het nauw" ver boven de clichés uitstijgen met zijn intense vertolking. Mladen Pavlovi wordt dankzij hem een tragische held die verkeerde maar al te menselijke keuzes maakt. 4 sterren (van de 5).

The Trap van Srdan Golubovic. Met Nebojsa Glogovac, Natasa Ninkovic en Anica Dobra. Te koop en te huur op DVD.

Friday, 1 January 2010

De 5% van 2009

De verborgen meesterwerken van het afgelopen jaar

De eerste dag van een nieuw jaar is natuurlijk het ideale moment om even terug te blikken. Er steekt echter ogenblikkelijk één probleem de kop op: iedereen is de laatste dagen van december al zo doodgegooid met allerlei lijstjes en retrospectieven dat het moeilijk is om nog iets origineels te zeggen.

Daarom ga ik het niet hebben over de bekende hoogvliegers van 2009. Ik laat de beste game van het jaar, Uncharted 2 voor de Playstation 3, links liggen; en ook toppers als Gomorra en Mad Men komen niet aan bod. In plaats daarvan richt ik me in de Top 5% op de werken waar je misschien nog niet van gehoord hebt. De lijst is gebaseerd op games, films, tv-series en theater- en dansvoorstellingen die ik in 2009 gezien heb (de producties zijn in sommige gevallen al in een eerder jaar voor het eerst te zien geweest). In volgorde van 1 tot 10:

1. Candyland van Alexandra Broeder. De meest indrukwekkende ervaring van dit jaar was deze locatievoorstelling. In een bunkerlandschap in de buurt van Utrecht kom je als toeschouwer terecht in een gemeenschap waaruit alle volwassenen verdwenen zijn. De enig overgeblevene bewoners zijn kinderen tussen de 8 en 12 jaar, die je aan de hand meenemen door hun thuis. Door een verontrustende combinatie van volwassen ernst en kinderlijke openheid dwingen de jonge spelers je tot een vertrouwensband. Langzamerhand wordt duidelijk dat de verloren kinderen het publiek willen verleiden om bij ze te blijven, om ouders voor ze te zijn. Het onvermijdelijke afscheid wordt daarmee hartverscheurend: je tekortschieten ten opzichte van de kwetsbaarheid van kinderen wordt pijnlijk duidelijk. Candyland stelt moeilijke, confronterende vragen waar ik een half jaar later nog steeds geen antwoord op heb.

2. Generation Kill van David Simon, Ed Burns en Evan Wright. Deze mini-serie van de makers van The Wire is gebaseerd op het gelijknamige boek van journalist Evan Wright, waarin hij zijn ervaringen als embedded reporter tijdens de invasie van Irak in 2003 beschrijft. Met zulke schrijvers viel te verwachten dat het script ijzersterk zou zijn, maar waar Generation Kill vooral indruk mee maakt is het ontregelende, bijna surrealistische contrast tussen de vaak hilarische dialogen en de verschrikkingen waarmee de mariniers worden geconfronteerd. Dit zijn niet alleen de gruwelen die iedere oorlog met zich meebrengt, maar ook de shockerende incompetentie van de legerleiding, racisme en moordlust onder de veelal laag opgeleide soldaten en het allesoverheersende gevoel van futiliteit. Menselijk, gedetailleerd en doordrongen van een bijna profetisch inzicht in de geopolitieke situatie - Generation Kill is het belangrijkste oorlogsdocument van deze tijd.

3. Hunger van Steve McQueen. De eerste speelfilm van videokunstenaar Steve McQueen is meteen een meesterwerk. In zijn beeldschone film volgt hij de protestacties van gevangen IRA-leden in de Maze-gevangenis van Belfast in 1981. McQueen's achtergrond als beeldend kunstenaar is af te zien aan de visuele poëzie van zo'n beetje ieder shot; bijna zonder tekst weet de regisseur een toon te treffen die onpartijdig en toch vol mededogen is. De schoonheid van de film contrasteert fantastisch met de zware, vaak gewelddadige inhoud. Middenin de film verbreekt McQueen opeens de stilte: in een dialoog van 20 minuten tussen opstandsleider Bobby Sands en zijn ideologische tegenpool, de gevangeniskapelaan, beweegt de camera geen centimeter. Het is een masterclass tekstacteren, en de scène onderstreept tegelijkertijd de kracht van het woord en zijn uiteindelijke machteloosheid ten opzichte van diep verankerde geloofsovertuigingen.

4. Chaostrilogie van Abattoir Fermé. Nog één keer keerden de makers van Abattoir Fermé terug naar de dagen toen ze nog teksttheater maakten. De drie afzonderlijk gespeelde delen van hun Chaostrilogie (Indie, Tinseltown en Lala-land) werden omgesmeed tot een theatermarathon van drie-en-een-half uur. Het werd een begoochelende ervaring: een beeldentrip zoals alle voorstellingen van het Mechelse gezelschap, maar dit keer ondersteund door prachtige, pervers-poëtische monologen die het geheel nog completer maken. Abattoir Fermé spreekt en begrijpt de (beeld)taal van mijn generatie als geen ander (in welk medium dan ook), en Chaostrilogie is misschien wel het meest overtuigende bewijs dat de podiumkunsten anno 2009 nog steeds relevant kunnen zijn voor een publiek dat met andere media is grootgebracht.

5. I Solo Ment van Ann van den Broek. Na het huiveringwekkende Co(te)lette waren de verwachtingen rondom het nieuwe werk van choreografe Ann v/d Broek hooggespannen. Met I Solo Ment slaagde ze er op bijzondere wijze in om wederom een dansstuk neer te zetten dat rechtstreeks bij de kijker binnenkomt. Het openingsbeeld is meteen raak: danseres Cecilia Moisio houdt het bewegingsloze lichaam van Dario Tortorelli in haar armen, en huilt. Daarna krijgen we haar herinneringen aan de overledene in een soort flashback te zien. Vanwege het onvermijdelijke einde is deze trip down memory lane doordrongen van melancholie, en door slim te monteren tussen de solo's van de twee dansers suggereert Van den Broek de ontoereikendheid van de herinnering, èn de onoverbrugbare afstand tussen haar hoofdpersonages. De danstaal van de choreografe, die een gevoel van onderdrukte emotie oproept, sluit prachtig aan bij het thema - het gevoel van droefenis bij het publiek wordt er alleen maar door versterkt.

6. Flower van ThatGameCompany, voor de Sony PlayStation 3. Game designer Jenova Chen had een idee: hij wilde een visueel gedicht maken in digitaal-interactieve vorm. Het resultaat is Flower: een game die zich onderscheidt door de lyrische toon en, inderdaad, de poëtische dialoog tussen de spelomgeving en de handelingen van de speler. In Flower bestuur je de wind, en is je doel om één enkel bloemblaadje door steeds geïndustrialiseerdere omgevingen te sturen. Door meer bloemblaadjes te verzamelen wint de natuur weer terrein ten opzichte van de oude fabrieken en machines die het landschap vervuilen. De aanvankelijk lichte en kalme toon wordt steeds hopelozer en deprimerender, om in het laatste level om te slaan in een extatische explosie van kleur en bewegingsvrijheid. Door het goede gevoel voor dynamiek, de minimalistische aanpak en de toegankelijke besturing weet Flower inderdaad de intuïtieve directheid van een gedicht te benaderen.

7. Still Walking van Hirokazu Kore-eda, ex aequo met Un Conte de Noël van Arnaud Desplechin. Deze familiedrama's zouden eigenlijk na elkaar gekeken moeten worden. In beide films speelt de vroegtijdige dood van het oudste kind van het gezin nog altijd een rol; beide films brengen de familie bij elkaar onder omstandigheden die expliciet met die tragedie te maken hebben. Maar waar in de Franse film alles uitgesproken wordt (zonder dat al die openheid overigens iets oplost), vereist de Japanse etiquette een formalisme waar de persoonlijke frustraties onder verborgen blijven. In Desplechins film zijn zowel de haat als de liefde groter. Beide films worden echter gekenmerkt door fascinerende hoofdpersonages, prachtige dialogen en een fenomenale cast, die de kijker met gemak meesleept in de familieperikelen.

8. Little King's Story van Cing, voor de Nintendo Wii. Hoewel de videogamesindustrie niet vaak jeugdliteratuur voortbrengt, is Little King's Story één van de uitzonderingen. De game vertelt het verhaal van een kleine jongen die in een bos vlakbij zijn huis een mysterieuze kroon ontdekt, die hem plotseling koning maakt van een minuscuul rijk. Zijn hofhouding dringt erop aan om zijn territorium uit te breiden, en al gauw ben je verwikkeld in een imperialistische ontdekkingsreis, met als uiteindelijke doel de wereld te "verenigen". Op slinkse wijze steekt ontwikkelaar Cing de draak met machtswellust, waarbij zowel religieuze als economische en faux-idealistische motieven de kop opsteken. Uiteindelijk blijkt Little King's Story echter een metafoor te zijn voor de manier waarop we (en vooral kinderen) sprookjes en verhalen gebruiken om de wereld om ons heen te begrijpen. Dit thema wordt ingelost door het verrassende einde; door een plotselinge schaalverandering worden de handelingen van de speler in een ander perspectief geplaatst. Het is alleen jammer dat de game zo ontoegankelijk is; Little King's Story is één van de meest uitdagende games van het afgelopen jaar, en minder ervaren gamers zullen hun tanden dan ook stukbijten op de moeilijkheidsgraad.

9. Kan Door Huid Heen van Esther Rots. Net als Hunger is Kan Door Huid Heen een debuutfilm. De film vertelt het verhaal van Marieke, die na een aanrandingsincident op zichzelf gaat wonen in een alleenstaande boerderij in Zeeland. Door middel van een impressionistische filmstijl, die doet denken aan recente Nederlandse films als Diep, Langer Licht, Guernsey en Wolfsbergen, wordt de kijker deelgenoot van Mariekes belevingswereld. Door deze visuele stijl, de minimalistische soundtrack en Rifka Lodeizens griezelig ingeleefde spel is er geen ontsnapping mogelijk; de traumaverwerking van Marieke leidt gevaarlijk dicht langs de afgrond. Beklemmend, schrijnend en ontregelend.

10. Breaking Bad van Vince Gilligan. Het klonk op het eerste gezicht nogal oppervlakkig: een scheikundeleraar hoort dat hij nog maar een paar maanden te leven heeft, en besluit om crystal meth te gaan produceren om de financiële toekomst van zijn gezin veilig te stellen. Wat ik echter niet had verwacht was dat Vince Gilligan zo'n ontzettend troosteloze toon zou durven zetten met zijn pikzwart-komische drama. Hoofdpersonage Walt (on-ge-lo-fe-lijk goed gespeeld door Bryan Cranston) is een verre neef van Michael Douglas' hoofdpersonage in Falling Down: een gewone man die door levenslang opgebouwde frustraties op ontploffen staat. De serie spiegelt Fight Club in de vragen die hij stelt: voor Walt is de gewelddadige criminele wereld waarin hij terechtkomt bijna een bevrijding ten opzichte van zijn in alle opzichten mislukte burgerleven. De serie gaat ook de complexe kwesties die Walts ziekte oproept niet uit de weg; het levert schrijnende scènes op waarin Walt zijn laatste beetje waardigheid met alle macht probeert te behouden. Breaking Bad is afwisselend karikaturaal en pijnlijk eerlijk, en is één van de meest onvoorspelbare en relevante series van de afgelopen tijd.

Phew! Op 2009, en laten we hopen dat 2010 net zo veel moois te bieden heeft.

Thursday, 31 December 2009

Wereldfaam als levensdoel

See you in Vegas van Antoinette Beumer en Maaik Krijgsman


Toen de zesjarige Hans Klok aan zijn moeder zijn grootste wens vertelde, geloofde ze er niet echt in. "Er ligt er hierboven eentje die wereldberoemd wil worden", zei ze laconiek tegen de visite. Ze moet er nu nog wat schamper om lachen.

De jongen kreeg echter wel zijn zin: dertig jaar en honderden, zoniet duizenden optredens later staat Klok bekend als de snelste illusionist ter wereld, en maakt hij miljoenenproducties. De tegenstelling tussen Hollandse nuchterheid en de glitter en glamour waarin de artiest terechtkomt is één van de meest fascinerende aspecten van See you in Vegas, een documentaire die de twee jaar vóór Kloks definitieve internationale doorbraak beslaat.

Niet alleen Kloks moeder, die nog altijd de was van zoonlief doet, zet zich onbezoldigd in om zijn droom in vervulling te laten gaan. Eigenlijk hebben alle medewerkers van Hans Klok B.V. grote offers gebracht om de showman tot de wereldtop te laten doordringen. Des te zuurder is het als blijkt dat een overname door Stage Entertainment nogal wat organisatorische gevolgen heeft.

See you in Vegas laat haarscherp zien wat voor persoonlijke gevolgen Kloks ambitie heeft. Toch: iedereen om hem heen heeft wel wat teleurstellingen en frustraties te verbijten, maar hoe eerlijk ze die ook met de interviewers delen, ze zetten het allemaal opzij voor het gemeenschappelijke doel. Het aanstekelijke effect dat de innemende Klok op zijn medewerkers heeft wordt daarmee tastbaar - de illusionist, over wie iedereen zegt dat hij "alleen maar kan goochelen", blijkt ook een geboren leider te zijn. 4 sterren (van de 5).

See you in Vegas van Antoinette Beumer en Maaik Krijgsman. Te koop en te huur op DVD.

Wednesday, 30 December 2009

Een spookverhaal is geen tearjerker

El orfanato van Juan Antonio Bayona


Een goede horrorfilm maken is moeilijker dan het lijkt. Toch lijken veel griezelfilmers het nodig te vinden om hun spookverhaal ook nog van een diepere psychologische laag te voorzien. Als dat lukt, levert het fantastische films op (zoals El espinazo del diablo en The others, om maar een paar voorbeelden te noemen), maar het kan ook zodanig mislopen dat je terugverlangt naar de dagen dat een horrorfilm gewoon nog een horrorfilm was.

Dat is het geval bij El orfanato, een recente Spaanse ghost story. In de film opent de heldin, Laura, een opvangtehuis in het verlaten weeshuis waarin ze zelf is opgegroeid. Als haar geadopteerde zoon Simón de oude vriendjes van Laura begint te zien komen er uiteindelijk nogal wat, haha, geraamtes uit de kast. Regisseur Bayona heeft goed naar zijn voorbeelden gekeken (waaronder Guillermo del Toro, die de film ook heeft geproduceerd) en getracht een film af te leveren die niet alleen beangstigt, maar ook ontroert. In dat laatste faalt hij echter jammerlijk.

Bayona's grootste probleem is dat hij zijn cast niet goed in de hand heeft gehouden. Hoofdrolspeelster Belèn Rueda acteert alsof ze in een tearjerker speelt, zonder een greintje relativering of geloofwaardigheid. Bovendien werkt de jonge speler die als Simón is gecast vanaf moment één op je zenuwen omdat hij geen acteursbot in zijn lijf heeft. Gecombineerd met hemeltergend slechte dialogen, een totaal verkeerd ingeschatte toonzetting (waarmee het toch al overtrokken drama nog eens wordt onderstreept) en een algeheel gebrek aan tempo betekent dit dat je je scènes lang alleen maar kan verbazen over zo veel onkunde.

Dat is vooral zonde omdat Bayona in de overige scènes bewijst dat hij een buitengewoon effectief horrorfilmer is. Het mysterie van het weeshuis wordt stukje bij beetje ontrafeld, en zo lang de film zich daarmee bezighoudt is de spanning te snijden. Bij de gruwelijke dood van één van de hoofdpersonages weet Bayona in het volle daglicht schok op schok te stapelen, en deinst hij ook niet terug voor wat goed toegepaste bloederigheid. En keer op keer bewijst hij dat hij met gemak een ondraaglijk griezelige atmosfeer kan oproepen.

Bayona zet wel schaamteloos alle clichés in, maar je zou hem dat makkelijk kunnen vergeven als hij niet zo hoog had ingezet. El orfanato is echter vlees noch vis en bezwijkt onder alle pretenties. 2,5 ster (van de 5).

El orfanato van Juan Antonio Bayona. Met Belèn Rueda, Fernando Caya en Roger Príncep. Te koop en te huur op DVD (onder de Engelse titel The orphanage).

Tuesday, 29 December 2009

Hartepijn in dromerige zomer

Naissance des pieuvres van Céline Sciamma


Je zou toch zeggen dat het platgetreden onderwerp van eerste liefdes en ontluikende seksualiteit zijn zeggingskracht eens een keer verliest. De twijfel, de onzekerheid, de op hol geslagen hormonale huishouding; niet alleen hebben we het allemaal zelf al meegemaakt, ook is het door talloze auteurs in alle media nog eens dunnetjes overgedaan.

Op het eerste gezicht lijkt Naissance des pieuvres weinig aan het bestaande werk toe te voegen. Marie en Anne, vijftienjarige boezemvriendinnen, zijn respectievelijk verliefd op het mooiste meisje en de mooiste jongen uit het zwemteam, maar helaas lijken die alleen maar oog voor elkaar te hebben. Dat ontaardt in Annes geval in een aantal voor de hand liggende, tragikomische scènes waarin ze jammerlijk faalt om de jongen van haar dromen te veroveren.

Gelukkig is de andere helft van het verhaal een stuk interessanter. De film vermijdt de luchtigheid van Fucking Åmal doordat Sciamma en haar actrices de personages helemaal serieus nemen, en de toenadering tussen Marie en Floriane volledig geloofwaardig is opgebouwd. Wat ook helpt is de prachtige, dromerige cinematografie waarmee Sciamma het verhaal vormgeeft; aan het begin van hun vriendschap komt Marie de synchroonzwemtraining van Floriane bezoeken, en de onderwaterbeelden in deze scènes zijn surrealistisch en adembenemend mooi.

Verrassend genoeg is Floriane het personage dat je het meest bijblijft. Vanwege haar schoonheid worstelt zij nog het meest met seksualiteit - het is voor haar meer een wapen dan een liefdesaangelegenheid. Actrice Adèle Haenel levert een zeer genuanceerde rol af: Floriane is kwetsbaar en ongenaakbaar, ondoorgrondelijk en toch sympathiek.

In de prachtige laatste scènes zet Sciamma een genadeloos beeld neer van de versier- en sekscultuur onder haar zestienjarige personages. Het is eten of gegeten worden; wie zich kwetsbaar opstelt, verliest. Ook dat is natuurlijk geen nieuw inzicht, maar zelden werd het zo mooi neergezet als hier. 4 sterren (van de 5).

Naissance des pieuvres van Céline Sciamma. Met Pauline Acquart, Louise Blachère en Adèle Haenel. Te koop en te huur op DVD (onder de Engelse titel Water lilies).

Gek van verdriet

Keane van Lodge Kerrigan


Gekte is iets waarvoor we ons afsluiten. Als William Keane in een druk metrostation voorbijgangers om hulp vraagt, laten ze hem links liggen, omdat ze aanvoelen dat er iets mis met hem is. Als kijker ben je echter tot zijn gezelschap veroordeeld, en de confrontatie met de waanzin maakt Keane een onvergelijkbare ervaring.

Keane is sinds de verdwijning van zijn dochtertje (een week geleden? een maand? een jaar?) koortsachtig naar haar op zoek. Hij is duidelijk de weg kwijt, en lijdt aan waanbeelden en paranoia. Vanwege de claustrofobische cameravoering die Kerrigan hanteert wordt de kijker deelgenoot van Keane's gedachtenwereld; het verdriet, de angst en de schuldgevoelens die hij voelt zijn tastbaar. In een intense hoofdrol weet Damian Lewis iedere gedachtensprong te duiden; zijn onvoorspelbaarheid maakt ieder sociaal contact een zenuwslopende ervaring, maar omdat je weet wat voor tragedie er aan Keane's gedrag ten grondslag ligt verlies je geen moment je sympathie voor hem.

Kerrigan gaat echter nog een stapje verder. In het hotel waar Keane overnacht komt hij Lynn, een jonge moeder, en haar zevenjarige dochter Kira tegen. Na een stroeve eerste ontmoeting ontstaat er toenadering tussen Lynn en William. De spanning is vanaf dat moment te snijden: zal dit breekbare contact een louterend effect hebben op Keane, of krijgt zijn psychose toch weer de overhand?

Hoewel sommige scènes tussen William en Kira net iets tè zoet zijn (het meisje wordt wat te engelachtig neergezet) doet Kerrigan verder nergens concessies die ten koste gaan van de geloofwaardigheid. Dat levert een compromisloos en hartverscheurend portret op dat de waanzin beangstigend dichtbij laat komen. 4 sterren (van de 5).

Keane van Lodge Kerrigan. Met Damian Lewis, Amy Ryan en Abigail Breslin. Te koop en te huur op DVD.

Monday, 28 December 2009

Boerengehucht ondergaat cultuurschok

Carmen meets Borat van Mercedes Stalenhoef


Het kan raar lopen als je een documentaire aan het maken bent. Mercedes Stalenhoefs meest recente film droeg eerst de titel Carmen from Glod en zou het verhaal vertellen van Ionela Carmen, die ervan droomt om uit haar Roemeense geboortedorp te ontsnappen en in Spanje te gaan wonen. Dit basisgegeven had ongetwijfeld een mooi, maar enigszins onorigineel werk opgeleverd: gelukkig voor Stalenhoef (en voor ons) sloeg het toeval op een wel heel bijzondere manier toe.

Ionela's geboortedorp Glod werd namelijk het decor voor de openingsscènes van de film Borat - Cultural learnings of America for make benefit glorious nation of Kazakhstan. De dorpsbewoners worden daarin neergezet als criminelen, perverselingen en dronkaards, en dat is het openingssalvo voor een culture clash van jewelste. Als enkele westerse advocaten de bewoners van Glod willen vertegenwoordigen om een enorme schadevergoeding binnen te halen, wordt het dorp verscheurd door hebzucht en jaloezie.

De focus van de documentaire blijft echter bij Carmen liggen. Haar vluchtwens is maar al te begrijpelijk: Glod is een onderontwikkelde gemeenschap waar alcohol met de paplepel wordt ingegoten, en waar met weemoed aan de tijd van Ceausescu wordt teruggedacht. Met behulp van voice-over deelt ze haar frustraties en dromen met de kijker, en de documentaire is zo prachtig opgebouwd dat je het gevoel hebt dat je naar een speelfilm zit te kijken.

Hoewel de (begrijpelijk) hebzuchtige en naïeve dorpsbewoners niet al te veel sympathie teweegbrengen, hebben ze de exploitatie die hen ten deel valt niet verdiend. Vooral de scènes met de gluiperige Amerikaanse advocaat zijn misselijkmakend ("we delen een cultureel verleden, u en ik: onze volkeren (joden en Roma) werden allebei door Hitler vervolgd"). De vader van Ionela voelt al in een vroeg stadium nattigheid, maar wordt verblind door de hoop op betere leefomstandigheden.

Het sterke aan Carmen meets Borat is dat de culturele verschillen (en dan vooral qua mediawijsheid) binnen Europa zo scherp worden verbeeld. Je weet als kijker dat de inwoners van Glod geen schijn van kans maken; ze ontberen kennis over de macht van de camera, en over de privacy- en smaadwetten die buiten hun gemeenschap gelden. Dat maakt de film af en toe ondraaglijk tragisch: in een tijdperk waarin informatie het belangrijkste kapitaal is, had Glod wat wereldwijsheid betreft net zo goed in een onontdekt deel van Afrika kunnen liggen. 4 sterren (van de 5).

Carmen meets Borat van Mercedes Stalenhoef. Te koop en te huur op DVD.

Sunday, 27 December 2009

Zelfdestructie met een kind in de kofferbak

Julia van Erick Zonca


In hoeverre kun je je publiek mee laten leven met een volstrekt immoreel hoofdpersonage? Deze vraag lijkt aan de basis te liggen van Julia, de meest recente film van Franse filmer Erick Zonca. Door middel van een cameravoering die het titelpersonage ten alle tijde van dichtbij blijft volgen en een weergaloze hoofdrol van Tilda Swinton sleurt Zonca je mee op helletocht.

Julia Harris is bepaald niet het type personage met wie je je één-twee-drie kan identificeren. Ze zit diep in de schulden en is zwaar alcoholverslaafd als ze een half-voorbereid ontvoeringsplan uitvoert: ze kidnapt Tom, een achtjarig jongetje, om zijn rijke opa om losgeld te vragen. Zonca's strategie werkt echter wonderwel: omdat je als kijker nooit aan Julia kan ontsnappen, deel je in haar ellende, en zijn de gruwelijkheden die ze begaat wellicht niet te rechtvaardigen, maar in ieder geval te verklaren.

De film leunt daarmee zwaar op de hoofdrolspeelster. Gelukkig levert Swinton een onnavolgbare performance af. Zonder angst laat ze de lelijkste kanten van haar personage zien en maakt ze haar impulsieve handelen volstrekt geloofwaardig. Swinton onderzoekt Julia zo grondig en met zo veel overgave, dat je geen moment aan haar echtheid twijfelt.

Helaas wordt ze uiteindelijk in de steek gelaten door het script. Julia en Tom komen uiteindelijk in Mexico terecht, en daar stapelt de regisseur de ene onwaarschijnlijke verwikkeling op de andere. Met allerhande etnische clichés probeert Zonca nog een thriller van zijn film te maken, wat ten koste gaat van de zorgvuldige opbouw die hij tot dan toe hanteerde. Zonde: zowel de geniale hoofdrolspeelster als haar weerbarstige personage hadden beter verdiend. 3,5 ster (van de 5).

Julia van Erick Zonca. Met: Tilda Swinton. Te koop en te huur op DVD.

Thursday, 24 December 2009

Fatsoen in een mensonterende wereld

Import/export van Ulrich Seidl


Wat is dat toch met Oostenrijkse (film)auteurs? Ze lijken er allemaal zo'n negatief mensbeeld op na te houden. Ulrich Seidl is daarop geen uitzondering. Na jaren documentaires te hebben gemaakt (die ook al inzoomden op mensonterende praktijken onder zijn landgenoten), bracht hij in 2001 zijn eerste fictiefilm uit, getiteld Hundstage. De film volgde het perverse en decadente gedrag van een aantal buurtbewoners, maar bleef zo afstandelijk en veroordelend dat het allemaal niet echt aankwam.

Met Import/export, zijn tweede film, is Seidl er echter in geslaagd om zijn misantropie beter te doseren. Je zal hem nooit een fan van de menselijke soort kunnen noemen, maar zijn blik is dit keer veel genuanceerder - zeker zijn hoofdpersonages zijn nu mensen van vlees en bloed.

De film volgt Olga, een jonge Oekraïense vrouw die naar Oostenrijk emigreert, en Pauli, een Oostenrijkse jongen die met zijn stiefvader voor zaken naar Oekraïne reist. Pauli is in de basis een goede jongen, maar hij werkt zich steeds dieper in de nesten om zijn onzekerheid te maskeren. Olga is sterker, en beter opgewassen tegen de vernederingen die haar ten deel vallen.

De wereld van Import/export wordt veelal bevolkt door hatelijke, decadente, verbitterde of criminele mensen. Seidl slaagt er, geholpen door zijn non-professionele acteurs, op meesterlijke wijze in om al het onrecht een geloofwaardige plek te geven, zodat je als kijker nooit kan wegkijken. En hij weet op de meest onverwachte momenten een lichtpuntje van schoonheid, troost of zwarte humor in te lassen. Als Olga als webcam-girl gaat werken, schakelt de regisseur glashard tussen het misselijkmakende werk en een bijna absurdistische scène waarin Olga leert hoe ze teksten als "Heb je een stijve?" in het Duits moet uitspreken. Vanwege alle seksscènes zou Seidl makkelijk zelf van exploitatie kunnen worden beschuldigd, maar hij weet de balans ook hier goed te treffen (met behulp van cameraman Edward Lachman, die in zijn samenwerkingen met Larry Clark al eerder met dit bijltje heeft gehakt).

Wat vooral op je netvlies blijft staan, is de onverschilligheid. De onverschilligheid waarmee een man een jong hoertje als een hond laat blaffen, of de onverschilligheid waarmee een rijke vrouw haar schoonmaakster ontslaat. Juist omdat Seidl zo veel sympathie voor zijn hoofdpersonages kan opbrengen, is de hardheid elders zo choquerend. En vanwege die rauwheid zijn de momenten van medeleven des te ontroerender.

Het is eigenlijk verbazingwekkend dat er in de wereld waarin we leven nog fatsoenlijke mensen rondlopen, lijkt Seidl te willen zeggen. Vanwege de kleine gebaren van compassie in Import/export zou je nog gaan denken dat hij toch nog hoop voor ons heeft. 4,5 ster (van de 5).

Import/export van Ulrich Seidl. Met Ekateryna Rak en Paul Hofmann. Te koop en te huur op DVD.

Tuesday, 22 December 2009

Ierse boer redt verdwaald meisje

Nothing Personal van Urszula Antoniak


Het begon zo mooi met de Nederlandse film in 2009. Helemaal aan het begin van het jaar ging Kan door huid heen, een subtiel meesterwerk van Esther Rots in première. Dit impressionistische hoogstandje was het hoogtepunt in een stroming die ook Guernsey, Langer licht, Diep en Wolfsbergen voortbracht. De verwachtingen voor de rest van het jaar waren dan ook hooggespannen.

Eén zwaluw maakt nog geen zomer, zo bleek. Behalve Mark de Cloe's vernieuwende en fantasierijke bewerking van Het leven uit een dag bracht de Nederlandse filmindustrie weinig noemenswaardig meer voort; ze stapelde zelfs miskleun op wanproduct op aanfluiting. Na zo veel prutswerk was mijn hoop gevestigd op de winnaar van het Gouden Kalf van dit jaar: Nothing personal van Urszula Antoniak.

Net als Kan door huid heen gaat Nothing personal over een vrouw die zich na een (onbenoemde maar overduidelijke) persoonlijke tragedie afzondert van de wereld. In dit geval vertrekt het naamloze hoofdpersonage binnen de eerste paar minuten met alleen een tentje en een slaapzak naar het platteland van Ierland. Haar zelfverkozen isolement wordt woordeloos weergegeven door het gedetailleerde camerawerk van Daniël Bouquet en het intense spel van Lotte Verbeek. Het meisje stelt zich vijandig op als voorbijgangers toenadering zoeken: Verbeek weet haar woede en verbittering goed over te brengen zonder het publiek van zich te vervreemden.

Het script vereist echter het onmogelijke van haar. Nadat ze haar intrek heeft genomen bij een oudere Ierse weduwnaar, ontstaat er langzaam toenadering tussen de twee personages. De opbouw klopt echter voor geen meter: binnen twee scènes verandert Verbeeks personage van afstandelijk en hard naar open, goedlachs en liefdevol. Omdat met de overgave aan elkaar ook alle spanning tussen de personages verdwijnt, verandert Nothing personal vanaf dat moment in een stroopachtig liefdesverhaaltje, dat zich volgens een overbekende formule voltrekt.

Pas in de laatste tien minuten weet Antoniak de mooie melancholieke sfeer van de openingsscènes te hervinden. Het voortreffelijke einde maakt veel goed, maar het laffe middenstuk wordt er niet beter verteerbaar door. 3 sterren (van de 5).

Nothing personal van Urszula Antoniak. Met Lotte Verbeek en Stephen Rea. Nu nog te zien in de bioscoop.

Shooting the messenger

Precious van Lee Daniels


Als je denkt dat Nederland politiek correct is, moet je eens een oceaantje verderop gaan kijken. Nog altijd wordt in de VS de portrettering van zwarte Amerikanen in films en andere verhalende media aan stringente eisen onderworpen: als een gekleurd personage een minder dan heldhaftige rol speelt, kun je al snel op kritiek rekenen. Gelukkig ondermijnen series als The Wire dit stigma, maar met de release van Precious - Based on the novel "Push" by Sapphire van Lee Daniels was het weer raak. De meest potsierlijke veroordeling kwam van de beruchte filmcriticus Armond White, die de film "de meest vernederende film voor Amerikaanse zwarten sinds Birth of a nation" noemde.

Zoals te verwachten viel is de hele controverse zwaar overtrokken. Het probleem is dat White en andere critici weer eens de ideeën en denkwijzen van de personages gelijkschakelen met de denkwijze van de maker. Het titelpersonage van Precious is een 16-jarig meisje dat na jaren van seksueel misbruik en mishandeling voor de tweede keer zwanger is van haar vader. Ze heeft, op zijn zachtst gezegd, verklaarbare problemen met haar eigenwaarde. Voor dit zwarte meisje uit zich dat onder andere in wensdromen over blank en dun zijn. Deze raciale zelfhaat is natuurlijk een heet hangijzer, maar de film tracht dat soort gevoelens juist door de omstandigheden te duiden.

In ieder geval is Lee Daniels erin geslaagd om van een pittige roman een mooie verfilming te maken. De omstandigheden waarin Precious opgroeit worden met een rauw realisme geschetst, en de misère wordt slechts onderbroken als ze ontsnapt in haar fantasie. Hoewel het zware leven van Precious makkelijk tot onverteerbaar melodrama had kunnen leiden, vermijdt Daniels makkelijk sentiment. Hij heeft hierbij twee grote troeven: de geweldige acteerprestaties (vooral Mo'Nique maakt een onuitwisbare indruk als Precious' monsterlijk egocentrische moeder) en de prachtige dialogen in het script (grotendeels rechtstreeks overgenomen uit de roman). De taal treft een balans tussen straattaal en literatuur, waardoor de innerlijke monoloog van Precious zowel realistisch als poëtisch is.

Het is alleen jammer dat Daniels zulke didactische neigingen heeft. De film toont zo'n heilig geloof in de hulp die maatschappelijke instituten kunnen bieden aan kinderen uit probleemgezinnen dat Precious af en toe net een PR-film is. Maatschappelijk werkers zijn ook maar mensen; enige nuance in hun karaktertekening had niet misstaan.

Precious is een zeer meeslepende, rauwe, onsentimentele film. Bovendien werpt hij een ongefilterd licht op een kant van de westerse samenleving die de meeste mensen maar liever niet willen zien. De reactionaire kritiek van lieden die willen dat dit soort verhalen niet wordt verteld is daarmee tien keer destructiever dan de film zelf. 3,5 ster (van de 5).

Precious: based on the novel "Push" by Sapphire van Lee Daniels. Met: Gabourey Sidibe, Mo'Nique en Paula Patton. Nu nog te zien in de bioscoop.

Sunday, 20 December 2009

Brand New maakt vliegende start

Brand New van Dansateliers en Conny Janssen Danst


Dansateliers timmert de laatste tijd flink aan de weg. Nog geen twee maanden geleden ging de eerste avondvullende voorstelling die bij het productiehuis gemaakt werd in première - Reality is shaped by recalling van Liat Waysbort. De afgelopen dagen was het nieuwe project te zien: Brand new, een samenwerking met Conny Janssen Danst. Drie jonge choreografen kregen de kans om in samenwerking met de dansers van het Rotterdamse gezelschap in zes weken een korte performance te maken. Dat leverde de volgende drie stukken op:

Caliber van Mor Shani. Hoe verbeeld je grote rampen in een choreografie? Mor Shani ging in samenwerking met beeldend kunstenaar Adam Nillissen op zoek naar het antwoord. Dit onderzoek leverde een intense performance op, waarin de dansers continu op hoge energie de rampsituatie het hoofd proberen te bieden. Ze lijken in gevecht met hun eigen paniek, en met hun eigen (verwonde?) lichaam. Naastenliefde is niet afwezig, maar wordt volledig overspoeld door een allesoverheersende, krampachtige overlevingsdrang. De beelden die Shani en Nillissen hebben gecreëerd zijn zo evocatief dat ze af en toe worden stilgezet - ze blijven als een bevroren angstschreeuw op je netvlies staan. De danstaal suggereert met telkens onderbroken bewegingen een sfeer van totale onrust en wanorde.Caliber maakt zeer nieuwsgierig naar een avondvullende voorstelling van Mor Shani; het nogal abrupte einde wijst erop dat hij grotere ambities heeft met dit materiaal. 4 sterren (van de 5).

The High Lonesome van Hillary Blake Firestone is zonder meer de zwakste schakel van dit trio. Aanvankelijk is de voorstelling erg aanstekelijk: Blake Firestone's onderzoek naar de vorm van "square dancing" (een soort linedance) wordt door de dansers met veel plezier gebracht, en de wat onbenullige dansvorm zelf werkt op de lachspieren. Onder begeleiding van twee muzikanten doen de dansers zich voor als een rondtourende dansgroep; de (opzettelijke) rommeligheid van de presentatie brengt het stuk in een ontspannen en aangename concertsfeer.
Naarmate het stuk vordert blijkt echter dat de maker geen verrassingen in petto heeft: het optreden wordt afgedraaid, er is geen verandering in het dansmateriaal, en er is geen tweede laag te ontdekken. Dit gebrek aan inhoud speelt The High Lonesome parten. Tegen het einde van de performance toont zich één geniale vondst: de gitaarmuziek wordt vervormd, en de vrolijke choreografie verandert geleidelijk in een soort oorlogsdans. In één klap wordt de duistere kant van de Southern States aan de kaak gesteld, en nog wel met een beeld dat aan de oorspronkelijke bewoners van Amerika doet denken. Bijna meteen gaat dit moment echter weer verloren en keert de oorspronkelijke structuur terug. Uiteindelijk gaat The High Lonesome als een nachtkaars uit. 2,5 ster (van de 5).

Male version van Liat Waysbort. Vrijwel meteen na de première van Reality is shaped by recalling ging Liat Waysbort weer aan het werk. Ditmaal liet ze zich inspireren door de muziek, de bewegingen en het leven van Elvis Presley. Met de King als uitgangspunt maakte ze een voorstelling over de "male performer" - hoe speelt een mannelijke beroemdheid zichzelf?
Het explosieve begin zet meteen al de goede toon. Op muziek van Rage Against The Machine treffen twee dansers elkaar in een dansduel. In de fascinerende, complexe bewegingen zijn overduidelijk de heupbewegingen van Presley te herkennen, maar er is een moderne, bijna videoclip-achtige draai aan gegeven. Gedurende de performance schakelen de twee performers scherp tussen verleiding, agressie en plotselinge kwetsbaarheid, en tussen totale (maar oprecht gebrachte) fake en onverwachte transparantie.
Het ontluisterende einde wordt begeleid door een schrijnende concertopname van Elvis Presley. Dat geluidsfragment werkt echter misschien wat te goed: doordat ik zo gefascineerd was door wat ik hoorde, viel de dans eigenlijk volledig weg. Desalniettemin is Male version een spannende kennismaking met het werk van Waysbort. 4 sterren (van de 5).

Met Brand new zet Dansateliers zich nu al op de kaart als één van de meest interessante danslaboratoria van Nederland. Spannend, gevarieerd, fresh èn inhoudelijk overtuigend: initiators Amy Gale en Conny Janssen mogen trots zijn.

Brand new van Dansateliers en Conny Janssen Danst. Choreografie: Mor Shani, Hillary Blake Firestone en Liat Waysbort. Dansers: Winston Arnon, Yanaika Holle, Maarten Hunink, Martijn Kappers, Lola Mino en Cristiana Ruggieri. Speellijst: klik hier.